Thesis leessoftware basisonderwijs

Verhoog het leesplezier en de leesvaardigheid, zonder verandering van de leesmethode.

Door Stijn Dautzenberg & Tom Buunk op 18 februari, 2021

Speech-to-text in het basisonderwijs

Inhoudsopgave

Voor wie is dit?

Je bent leerkracht, leescoördinator of schoolleider en voelt soms frustratie omdat je ziet dat weinig leerlingen leesplezier ervaren. Terwijl je weet dat lezen hen juist zoveel moois kan bieden en dat het maken van ‘leesmeters’ dé manier is om een betere lezer te worden. Je streeft naar het verhogen van het leesplezier en de leesvaardigheid van de leerlingen op jouw basisschool.

Daarom ben je op zoek naar een hulpmiddel dat het leesonderwijs op jullie basisschool kan ondersteunen, zonder grote tijdrovende aanpassingen aan jullie leesonderwijs. Een extra steuntje in de rug zodat de leerkrachten op jouw basisschool beter leesinstructie kunnen geven en leerlingen beter kunnen helpen met het kiezen van een leuk en passend boek.

Kernconcept

Een derde van de Nederlandse kinderen vindt lezen niet leuk. Daarmee bungelt ons land helemaal onderaan de internationale ranglijst. Met de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen is het niet veel beter gesteld en dit lijkt niet te verbeteren. In tegenstelling, volgens de PISA-peilingen vertoont de leesvaardigheid van Nederlandse kinderen zelfs een dalende trend (Didactief online, 2021) .

Leerlingen staren tijdens het lezen voor zich uit en lezen niet; Leerlingen doen alsof ze aan het lezen zijn; En leerlingen lopen iedere dag naar de boekenkast om een een nieuw boek te kiezen. Waarschijnlijk komt dit bekend voor. Het zijn de symptomen van een nationale leescrisis.

Het is mogelijk om het leesplezier, de leesmeters, de leesvaardigheid en de leesbetrokkenheid te verhogen en te volgen door de leesinteresses in beeld te brengen, het leesgedrag te monitoren en de toetsfrequentie te verhogen.

Met de huidige middelen is het voor leerkrachten echter vrijwel onmogelijk om dit te realiseren. Het is lastig om de leesinteresses in beeld te brengen, omdat leerlingen het zelf ingewikkeld vinden om te verwoorden wat ze echt interessant vinden; Het is moeilijk om de leesmeters en de betrokkenheid te volgen, omdat concrete data ontbreekt; En het is onmogelijk om de toetsfrequentie te verhogen doordat de leestoetsen enorm arbeidsintensief zijn.

Onderwijs in Beeld is toegewijd om het leesplezier en de leesvaardigheid van 1.000.000 leerlingen te verhogen voor het einde van 2025. Met dit ambitieuze doel beogen we de huidige (onderwijs)processes te simplificeren met oog voor leerling en leerkracht, toepassing en werkdruk.

Achtergrond verhaal

Voor degenen die ons niet kennen, wij zijn Stijn Dautzenberg en Tom Buunk . We kwamen elkaar bijna twee jaar tegen bij Graduate Space Utrecht (GSU). GSU, is een initiatief van Universiteit Utrecht om afgestudeerden met ondernemersambitie samen te brengen. Tom was net klaar met zijn studie Technische Bedrijfskunde en hield zich bezig met freelance werk. Stijn stond aan de start van zijn afstudeerproject voor zijn studie Informatica.

Het was 10.00 uur ‘s ochtends op 1 januari. Dit gaf ons direct een sterke indruk van elkaars karakter. Het gaf ons beiden het beeld dat we een goed team zouden kunnen vormen, aangezien we dezelfde prioriteit hadden: Werken aan onze toekomst op nieuwjaarsdag in plaats van feesten tot diep in de nacht.

Stijn vertelde die ochtend dat hij de ambitie had om na zijn scriptie, die hij komend semester zou afronden, te gaan ondernemen. Tom deelde zijn ervaring van de eerste paar maanden als starter en deelde inspirerende figuren en informatiebronnen, waarna we onze weg vervolgden.

In mei stuurde Stijn een uitnodiging met de vraag om samen eens koffie te gaan drinken. Zo gezegd, zo gedaan en een paar weken later zaten we bij de Ontdekking in Utrecht. Vanaf dat moment hebben we ons contact steeds frequenter opgevolgd, van twee wekelijks, naar wekelijks en vanaf september dagelijks. Toen hadden we al besloten om onze krachten te bundelen en het basisonderwijs te ondersteunen middels een ICT-oplossing.

Via via kwamen we in gesprek met tal van leerkrachten, schoolleiders, ALPO-studenten, en later ook taalspecialisten en leescoördinatoren. Vanuit dit netwerk hoorden we consequent een onderwerp terugkomen: Het leesonderwijs. Het werd voor ons duidelijk dat het leesplezier en daarmee de leesvaardigheid van kinderen steeds verder daalt. Hoe konden we dit oplossen? Zo ontstond het leessoftware concept van Onderwijs in Beeld.

Inmiddels wordt onze oplossing ingezet binnen de drie grote scholen stichtingen van de stad Utrecht en zijn we op weg om komend schooljaar basisscholen in heel Nederland te helpen om van Nederlands kinderen weer leeskampioenen te maken. De stappen hieronder lichten toe hoe leerkrachten meer grip kunnen krijgen op de leesbevordering van hun leerlingen.

Beter leesonderwijs in vijf stappen

Beter leesonderwijs in vijf stappen

Dit is onze, door onderzoek ondersteunde, fundamentele 5-stappen-methode die van de Nederlandse kinderen weer leeskampioenen maakt.

  1. Kies het perfecte boek voor het niveau en de interesse van de leerling.

    Onderzoek

    In 1975 beschreef Mihály Csíkszentmihályi een concept genaamd flow. Wanneer een leerling in de flow zit, is hij volledig ondergedompeld in de leesactiviteit, is hij compleet gefocust en vergeet hij de tijd. Flow ontstaat wanneer uitdaging en bekwaamheid perfect in balans zijn.

    Leerlingen ervaren de flow wanneer zij een boek lezen dat tussen beheersingsniveau en instructieniveau in ligt. Wanneer leerlingen een te makkelijk boek lezen ervaren ze verveling en lezen ze op beheersingsniveau. Wanneer leerlingen een te moeilijk boek lezen ervaren ze frustratie en lezen ze op frustratieniveau. Daarnaast is het belangrijk dat het boek ook aansluit bij de leesinteresses van de leerling en dat de leerling opgaat in het verhaal en zich identificeert met hoofdpersonen.

    Onderzoekers vonden namelijk dat leerlingen lesstof meer waarde gaven wanneer deze als relevant werd ervaren. Zij lieten 262 eerste en tweede klas leerlingen een opstel schrijven. De controlegroep schreef simpelweg een samenvatting van de lesstof. De tweede groep werd gevraagd om de lesstof te koppelen aan hun persoonlijke leven. Uit de resultaten bleek dat de leerlingen in de tweede groep hun cijfers verbeterden en meer geïnteresseerd waren in het volgen van toekomstige lessen (Hulleman & Harackiewicz, 2009).

    Oude manier, oude resultaat

    Leerlingen kiezen zelfstandig een boek of leerkrachten geven advies op basis van toetsscores en leeftijd. Soms weten leerkrachten zelfs niet welk boek een leerling kiest.

    Nieuwe manier, nieuwe resultaat

    In de nieuwe situatie helpen leerkrachten de leerling met het kiezen van het perfecte boek op basis van de leesinteresses, de leesvaardigheid en de leesgeschiedenis van de leerling. Uitdaging en bekwaamheid zijn perfect in balans waardoor de leerling telkens de tijd vergeet wanneer hij zich onderdompelt in het goede boek. Lezen op frustratie- of beheersingsniveau is verleden tijd.

    Kernpunt: De essentie van het 'perfecte boek'

    Het is belangrijk dat elke leerling een boek leest dat perfect past bij zijn of haar huidige interesses en leesniveau. Zonder een dergelijke persoonlijke benadering loopt een leerling het risico om een boek te lezen dat de ontwikkeling van het leesplezier en de leesvaardigheid beperkt.

    Een datagedreven benadering waarbij de leesgeschiedenis, leesinteresses en leesvaardigheid als input gebruikt worden, maakt het kiezen van het perfecte boek mogelijk. Het is de eerste belangrijke stap in het creëren van een leeskampioen. Het kiezen van het juiste boek is essentieel voor het leesplezier en de leesmotivatie.

  2. Versnel de leesontwikkeling door middel van tijdige, doelgerichte feedback.

    Onderzoek

    Feedback is een krachtig didactisch middel. John Hattie vond in zijn synthese van 800 meta-analyses een effectgrootte van 0,73 voor leerkrachten die leerlingen goede feedback gaven. Dit komt ruwweg neer op een verbetering van 28% van de gemiddelde prestaties.

    Feedback is het meest effectief wanneer de feedback samenhangt met het leerproces en de vervolgstappen in plaats van enkel het resultaat; (Hattie, 2009). Wanneer de feedback gegeven wordt binnen 48 uur (Bayerlein, 2014); En wanneer de ‘zone van naaste ontwikkeling’ haarscherp is (Vygotsky, 1978).

    Het is om die reden essentieel dat de leerkracht toegang heeft tot recente inzichten en de volgende vraag kan beantwoorden: “Waar kan ik deze leerling nu mee helpen zodat die leerling nu de meeste progressie boekt?” Helaas blijkt dat leerkrachten vaak niet beschikken over de noodzakelijk recente inzichten in het leesplezier, de leesmeters en de leesvaardigheid.

    Oude manier, oude resultaat

    Leerkrachten geven klassikaal leesinstructie op basis van de meest voorkomende leesuitdagingen. Zwakke lezers worden mogelijk uit de klas gehaald om samen met een RT’er een eigen leesprogramma te volgen. De leerkracht heeft geen tot beperkt inzicht in de leesuitdagingen van leerlingen en is niet tot beperkt in staat om persoonlijke feedback te geven.

    Nieuwe manier, nieuwe resultaat

    Lezers van ieder leesniveau worden persoonlijk uitgedaagd. De leerkracht differentieert het tempo, de instructie en de hoeveelheid oefentijd voor iedere leerling zonder de verwachtingen te verlagen. Om feedback dermate te kunnen differentiëren is frequente toetsing en actieve monitoring van de leesvaardigheid van iedere leerling nodig. In de stappen drie en vier wordt beschreven hoe dit gerealiseerd kan worden.

    Kernpunt: Tijdige, doelgerichte feedback is cruciaal

    Het tijdig geven van doelgerichte feedback is effectief. Dit is onmogelijk zonder volledig en accuraat inzicht in de recente leesuitdagingen van iedere leerling. Daarom is frequente toetsing en monitoring van de leesvaardigheid noodzakelijk om effectieve feedback te implementeren binnen het leesonderwijs.

  3. Monitor de leesvoortgang en -prestaties van iedere leerling.

    Oude manier, oude resultaat

    Veel leerkrachten beschikken slechts over toetsscores van toetsen die infrequent worden afgenomen. Daardoor weten leerkrachten beperkt welke leesmoeilijkheden leerlingen ondervinden. Om dit beperkte inzicht te compenseren, gebruiken sommige scholen extra methodetoetsen, maar besteden hierdoor veel waardevolle arbeidsuren aan het afnemen van toetsen. Dit is een lastige afweging.

    Leerkrachten weten niet welke boeken een leerling in het verleden gelezen heeft en weten ook niet altijd hoeveel leesmeters een leerling maakt. Hoeveel leerlingen thuis lezen is vaak volledig onbekend. Op sommige basisscholen houden leerlingen in een schriftje bij op welke bladzijde van het boek ze zijn. Toch is deze data alsnog beperkt inzichtelijk voor de leerkracht.

    Nieuwe manier, nieuwe resultaat

    In de nieuwe situatie weten we van iedere leerling hoe de leesvaardigheid ontwikkelt, welke leesinteresses de leerling heeft, welk boek de leerling op dit moment leest en hoeveel de leerling leest. Er is een duidelijke trend te zien tussen het aantal ‘leesmeters’ en de leesvaardigheidsontwikkeling. Leerkrachten gebruiken deze data om leerlingen tijdige en doelgerichte feedback te geven.

    De data wordt accuraat gehouden door frequent te toetsen. Doordat leerlingen frequent getoetst worden, veranderen de toetsen in een oefening en verdwijnt de vervelende prestatiedruk.

    Kernpunt: Actief monitoren is essentieel voor het geven van goede feedback.

    Het actief monitoren van de leesvoortgang en -uitdagingen leidt tot tijdige inzichten zodat leerkrachten direct effectieve feedback kunnen geven. Actief monitoren is enkel nuttig wanneer de leerkracht beschikt over recente data. Daarom is hoogfrequent toetsen essentieel zoals beschreven in stap vier.

  4. Start met het afnemen van hoogfrequente, laagdrempelige leestoetsen.

    Onderzoek

    Onderzoek op basisscholen heeft aangetoond dat toetsen met een focus op het halen van een cijfer een negatieve impact hebben op de leermotivatie (Harlen & Crick, 2003).

    Dit is ernstig omdat uit onderzoek blijkt dat een derde van alle leerlingen een fixed mindset heeft (Yorke en Knight, 2004). Toetsen met lage inzet hebben daarom de voorkeur. De focus wordt middels deze werkwijze verlegd van succes of falen naar het meten van voortgang.

    Oude manier, oude resultaat

    De reguliere leestoetsen worden vanaf groep 5 enkel twee keer per jaar afgenomen. Bij dit ‘grote’ toetsmoment ervaren leerlingen vaak prestatiedruk. Daarnaast is het afnemen van de toetsen arbeidsintensief, waardoor het verhogen van de toetsfrequentie onmogelijk is. Het verkrijgen van meer inzicht in de leesvaardigheidsontwikkeling van leerlingen lijkt een onmogelijke opgave.

    Nieuwe manier, nieuwe resultaat

    In de nieuwe situatie nemen we hoogfrequente, formatieve en laagdrempelige leestoetsen af. Hierdoor veranderen de toetsen in oefeningen en verdwijnt de prestatiedruk. De focus wordt verlegd van succes of falen naar het meten van voortgang. Leerlingen zijn meer gemotiveerd en gaan daardoor vaker uit intrinsieke motivatie aan de slag met een boek.

    Kernpunt: Implementeer hoogfrequente, laagdrempelige leestoetsen.

    Toetsen met een focus op falen of succes werken demotiverend. Toetsen met een lage inzet en een focus op het meten van voortgang hebben daarom de voorkeur. Leerlingen met meer intrinsieke motivatie zullen vaker zelfstandig aan de slag gaan met een boek en dit stimuleert de leesbevordering.

  5. Zorg ervoor dat iedere leerling betrokken blijft bij het leesproces.

    Onderzoek

    Leerlingen met een positieve leesattitude zijn eerder geneigd om vanuit zichzelf vaker en langer te lezen. Ze maken meer leesmeters en ontwikkelen daardoor sneller hun leesvaardigheid. Het is de taak van de leerkracht om de leesattitude van leerlingen te verbeteren door ze te laten ervaren dat boeken hun iets te bieden hebben.

    Het draait daarbij om motivatie, cognitie en gedrag: een betrokken leerling is intrinsiek gemotiveerd om te lezen, voelt zich bekwaam om te lezen (self-efficacy), weet leesstrategieën in te zetten en zet door, ook als een tekst pittig is (Didactief online, 2021) .

    Om dit te bewerkstelligen is een geïntegreerde aanpak nodig en ontstaat er een behoefte aan meer inzicht in de exacte leesbevordering van leerlingen. Evenals bij stap één is het onderzoek van Hulleman & Harackiewicz relevant. Wanneer leerlingen bewust zijn van de impact van hun leesactiviteit op hun leesprestaties, zijn zij meer geïnteresseerd in lezen en wordt de betrokkenheid van de leerlingen verhoogd.

    Oude manier, oude resultaat

    Leerkrachten weten niet hoeveel een leerling leest en hoeveel plezier een leerling tijdens het lezen van een gekozen boek ervaart. Sommige leerlingen staren tijdens het vrij lezen slechts naar dezelfde bladzijde en het is voor de leerkracht vaak lastig om hier goed zicht op te houden.

    Nieuwe manier, nieuwe resultaat

    In de nieuwe situatie weet de leerkracht van alle leerlingen welke boeken zij lezen en hoeveel ze lezen. Middels die nieuwe informatie is de leerkracht bijvoorbeeld in staat om te identificeren wanneer een leerling een grote boekenserie afrondt of wanneer een leerling minder leest dan verwacht. Dit zijn kritieke momenten in het leesproces waarbij het belangrijk is om de leerling aandacht te geven en betrokken te houden bij het lezen.

    Ook heeft de leerkracht inzicht in de correlatie tussen het aantal ‘leesmeters’ dat de leerling maakt en de daaropvolgende leesvaardigheidsontwikkeling. Middels dit inzicht is de leerkracht beter in staat om leerlingen bewust te maken van de impact van hun leesactiviteit op hun leesprestaties. De verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van de leesvaardigheid kan hierdoor, afhankelijk van de leeftijd van de leerling, gedeeltelijk verlegd worden naar de leerling. Dit is een interessante bijkomstigheid voor basisscholen met een constructivistische grondslag.

    Kernpunt: Volg het leesgedrag van leerlingen om de betrokkenheid te verhogen.

    Door te volgen welke boeken leerlingen lezen en hoeveel ze lezen kunnen momenten worden geïdentificeerd waarbij het gewenst is dat de leerkracht ingrijpt om de betrokkenheid van een leerling bij het lezen te verhogen.

Samenvatting

Om het Onderwijs in Beeld vijf-stappenplan te implementeren, moet je dus:

  • De leerlingen helpen bij het kiezen van het perfecte boek;
  • Tijdige, gerichte en persoonlijke leesinstructie geven wanneer een leerling leesmoeilijkheden ondervindt;
  • De leesvoortgang en -prestaties van iedere leerling actief te monitoren;
  • Starten met het afnemen van hoogfrequente, laagdrempelige leestoetsen;
  • Ervoor zorgen dat iedere leerling betrokken blijft bij het leesproces.

En ook jij kunt ervoor zorgen dat jouw basisschool een volledig en adequaat inzicht krijgt in de leesvaardigheidsontwikkeling van alle leerlingen, zonder extra tijdsinvestering!

Beter leesonderwijs in vijf stappen

Implementeer zonder extra tijdsinvestering

Leerkrachten zouden in theorie deze vijf stappen handmatig kunnen implementeren in het leesonderwijs. Voor de hoogfrequente leestoetsen implementeren ze dan hun eigen proces met behulp van geluidsopnames, handmatige analyses en het bijhouden van de resultaten in een spreadsheet.

Het identificeren van de leesinteresses van de leerlingen zal echter een grote uitdaging zijn omdat leerlingen hun leesinteresses nog niet goed onder woorden kunnen brengen. Daarnaast zullen leerkrachten precies moeten weten wat voor soort boeken er in de klassen- of schoolbibliotheek staan. Dit is, gezien alle dagelijkse taken, een vrijwel onmogelijke opgave. Met name vanaf groep 5 wanneer de zaakvakken een steeds grotere rol gaan spelen en de focus op lezen steeds meer naar de achtergrond verdwijnt.

We begrijpen echter dat het onwenselijk dan wel onmogelijk is om deze vijf stappen op een consequente manier en voor iedere leerling te doorlopen. Daarom ontwikkelde Onderwijs in Beeld samen met onderwijsprofessionals een leessoftware in de vorm van een app die deze vijf stappen automatiseert zonder extra tijdsinvestering van leerkrachten!

Verderop in dit artikel zijn de voordelen van onze leessoftware en de functionaliteiten die dit mogelijk maken beschreven.

Voordelen en resultaten

Dit gaat er gebeuren wanneer je besluit om de leessoftware te gebruiken:

  • Leerlingen zijn meer gemotiveerd omdat ze altijd een boek lezen dat past bij hun interesses en leesniveau;
  • Leesattitude is een invloedrijke factor op het leesgedrag. Door klassen toppers en reviews van klasgenootjes te laten zien kan de leesattitude positief beïnvloedt worden.
  • Leerkrachten kunnen doelgerichte en tijdige feedback geven doordat ze accuraat en volledig inzicht krijgen in de leesvaardigheidsontwikkeling van iedere leerling middels de resultaten van de hoogfrequente meetmomenten;
  • Doordat de toetsen frequenter worden afgenomen zullen de toetsen meer gaan aanvoelen als een oefening en zal de prestatiedruk verdwijnen. Dit resulteert in een accurater beeld van de werkelijke leesprestaties.
  • Je kunt leerlingen meer verantwoordelijkheid geven over hun ontwikkelproces, doordat zij inzicht krijgen in hun eigen leesontwikkeling;
  • De technische leesvaardigheid van leerlingen ontwikkelt sneller doordat leerlingen meer leesmeters maken (dankzij een verhoging in leesplezier en motivatie) en leerkrachten beter in staat zijn om leerlingen te helpen met het kiezen van een passend boek.
  • De schoolbibliotheek is altijd up-to-date dankzij aanbevelingen van relevante boeken, gebaseerd op de leesinteresses van de leerlingpopulatie.
  • Je voelt je enorm voldaan omdat kinderen het lezen weer als plezierig en nuttig ervaren!

Wil je graag ervaren hoe het werkt?

Vraag nu een proefaccount aan.

Kenmerken en functies

  1. Boek kiezen.

    Eerder koos de leerling met hulp van de leerkracht een boek, alleen had de leerkracht geen goed inzicht in de leesinteresses van de leerling. Dit werd veroorzaakt door een beperkt inzicht in de leesgeschiedenis van de leerling. Welke boeken heeft de leerling verslonden en door welke boeken heeft de leerling zich heen geworsteld?

    Nu kan de leerling zelfstandig of samen met een leerkracht een boek kiezen met behulp van aanbevelingen die gemaakt worden op basis van de leesgeschiedenis, het leesniveau en de voorspelde slagingskans.

  2. Geautomatiseerde, hoogfrequente leestoetsen.

    Eerder werd de leesvoortgang voornamelijk gemeten middels een twee- of vierjaarlijkse leestoets. Deze toetsen zijn in staat om de leesvaardigheid nauwkeurig in kaart te brengen maar zijn enorm arbeidsintensief. Doordat de toetsen infrequent worden afgenomen ervaren leerlingen prestatiedruk.

    Nu is een computer in staat om middels ons spraak-naar-tekst algoritme leesopnames te analyseren. Deze leestoetsen kunnen worden afgenomen zonder de aanwezigheid van een leerkracht.

    De leessoftware analyseert de leesopnames, bepaalt een score tussen de 0 en 1000 en extraheert de leesmoeilijkheden van de leerling. Correctheid is het belangrijkst, snelheid volgt op plek twee. Doordat de toets afgenomen kan worden zonder leerkracht, ontstaat er meer tijd voor tijdige, persoonlijke feedback en kan de toetsfrequentie onbeperkt opgeschroefd worden. Hierdoor verdwijnt de prestatiedruk en ervaren de leerlingen de toets als een oefening.

  3. Een analyse van een leestoets met geïdentificeerde leesmoeilijkheden.

    Eerder analyseerde sommige leerkrachten de leesmoeilijkheden van een leerling tijdens het afnemen van een toets. Andere leerkrachten deden dit niet en noteerden slechts dat een woord verkeerd voorgelezen werd omdat een diepere analyse teveel werk was.

    Nu zijn leerkrachten in staat om leesopnames terug te luisteren wanneer zij wensen en worden de leesmoeilijkheden automatisch voor de leerkracht in beeld gebracht. Zo besparen ze tijd en wordt iedere leerkracht het handvat geboden om iedere leerling doelgerichte feedback te geven.

  4. Een overzicht van de leesvoortgang en -prestaties van iedere leerling.

    Eerder volgden leerkrachten de leesvaardigheidsontwikkeling middels de reguliere leestoetsen die slechts twee of vier keer per jaar afgenomen werden. Gedetailleerde informatie over de ontwikkeling van het leesplezier, leesmoeilijkheden en leesvaardigheid was niet beschikbaar. Overdracht vond beperkt plaats.

    Nu zien leerkrachten in een oogopslag wanneer de ontwikkeling van een leerling stagneert of juist accelereert. Overdracht is overbodig omdat leerkrachten die een klas delen beiden inzicht hebben in dezelfde informatie. Ook ontvangen de leerkrachten een notificatie wanneer een leerling extra aandacht nodig heeft.

    Voorbeelden
    • De leerkracht ziet dat de leesvaardigheidsontwikkeling van een leerling accelereert. Het is belangrijk dat het volgende boek van de leerling nog steeds aansluit bij het nieuwe leesniveau. Had de leerkracht niet volgens het vijf stappenplan gewerkt dan was deze acceleratie niet opgemerkt en las de leerling de komende maanden op beheersingsniveau.

    • De leerkracht ziet dat een leerling telkens moeite heeft met woorden met een stomme ‘e’. Woorden zoals ‘terug’ woorden uitgesproken als ‘teerug’. Tijdige en doelgerichte instructie is in deze situatie gewenst.

  5. Betrokkenheid overzicht en meldingen.

    Eerder was het voor leerkrachten erg lastig om zicht te houden op de betrokkenheid van leerlingen bij het leesproces. Nu ziet de leerkracht in een oogopslag welk boek een leerling leest en hoeveel die leerling leest. De leerkracht ontvangt een melding wanneer er iets belangrijks gebeurt waarbij een interventie van de leerkracht gewenst is om de betrokkenheid van een leerling te verhogen.

    Voorbeelden
    • Denk aan een situatie waarbij de leerling plotseling vijftig bladzijden meer leest dan verwacht. Heeft die leerling het perfecte boek gevonden of slaat die leerling boekdelen over omdat het boek hem niet interesseert?

    • In een andere situatie leest een leerling de hele Harry Potter serie uit. Een fantastische prestatie, maar ook een cruciaal moment omdat er een grote leegte gevuld moet worden. Het is belangrijk om die leegte zo snel mogelijk te vullen met een nieuw verhaal.

De Leesapp

Aanbod


De eerste stap

De Basis


  1. Koppeling ParnasSys
  2. Schoolbibliotheek inscannen
  3. Onbeperkt aantal bibliotheken
  4. Deel de schoolbieb met een partner
  5. Boekendatabank met dagelijkse update
  6. Video's met voorleestips van experts

Biebbeheer en leesbeleving

De Biebmonitor


  1. Zelf activeren in het basispakket
  2. Boeken lenen en inleveren
  3. Persoonlijke boektips voor leerlingen
  4. Volg het leesgedrag van leerlingen

€2,50 per leerling / per jaar

Leesvaardigheid

De Avi-Stopwatch


  1. Zelf activeren in het basispakket
  2. Avi-toetsen automatisch in ParnasSys
  3. Adviezen om leeskaarten over te slaan
  4. Avi-toetsen terugluisteren

Vragen


Veelgestelde vragen

  1. Werkt het voor ons type school?
  2. Is het ingewikkeld in gebruik?
  3. Hoe gaan jullie om met de AVG?
  4. Hebben jullie een integratie met ParnasSys en ESIS?
  5. Heeft iedere leerling een eigen device nodig?
  6. Wat als de boeken verspreid zijn over de school?
  7. Krijgen we ook advies over onze collectie?

Onbeantwoorde vragen?

Plan vandaag nog een demonstratie in.